Paranormale Verhalen

Locatie Vlaardingen
Vlaardingen, de stad aan de Nieuwe Maas met haar vissersgeschiedenis en oude polders, draagt een schaduwzijde die diep in de tijd terugreikt. Tussen de mist boven de haven, de stille straten van de oude binnenstad en de verlaten boerderijen in Holy fluisteren verhalen die niet vergeten willen worden. Het zijn sagen en spookverhalen die de grenzen tussen werkelijkheid en bijgeloof vervagen, en waarin hekserij, onverklaarbare gebeurtenissen en dolende zielen de hoofdrol spelen. Een van de bekendste verhalen is dat van de heks van Holy. In de negentiende eeuw woonde boer Kooy aan de Holyweg, waar het ’s nachts niet pluis was. Het hooi stroomde vanzelf de schuur uit en keerde tegen de ochtend weer terug, alsof het bezield was. Kaas bedierf, wagens reden zonder reden de sloot in en kinderen werden ziek. De dader was volgens de dorpsbewoners een toverheks, vrouw Moerman, die aan de overkant woonde. Toen een nieuwe pachter, de moedige Oosthoek, de boerderij overnam, hield het onheil plots op. Niemand durfde nog over de weg te spreken zonder het kruisteken te maken. Ook over de haven van Vlaardingen doen oude verhalen de ronde. Zo vertelt men de legende van de Kattenbeker. Op een windstille dag voer er eens een driemaster met bolle zeilen de mistige haven binnen. De mensen keken met open mond toe toen de bemanning – vrouwen in zeildoek en een roodharige stuurman – van boord sprong en veranderde in katten. De rode kater danste op de kade met een zilveren beker in zijn poten en dwong de boeren om eruit te drinken. Toen één van hen de beker aan zijn lippen zette en uitriep “In Godsnaam!”, sprongen de katten in paniek terug aan boord. De scheepszeilen vulden zich met een bovennatuurlijke wind en het schip verdween in de nevels, voorgoed. De boer hield de zilveren beker als bewijs van wat niemand ooit nog geloofde. Een ander Vlaardings spookverhaal vertelt over de oude rentenier aan de Hoogstraat. Zijn vrouw werd door de mensen voor heks uitgemaakt. Uit angst voor roddel bleef hij thuis, maar op een maanloze nacht hoorde hij een kat jammeren in zijn tuin. Om zijn eer te redden pakte hij het geweer en schoot het dier dood. Toen hij terugkeerde naar bed vond hij zijn vrouw levenloos, bleek en koud – alsof de kogel door haar ziel was gegaan. De oude man werd daarna nooit meer gezien, en sindsdien mijdt men de straat op donkere nachten. Ook de koopvrouw Helena Verwol uit Vlaardingen kreeg met hekserij te maken. Toen het kind Pietje Brobbel ziek werd na het eten van haar appel, wees een heksenmeester haar aan als schuldige. Een zwarte kip werd levend gekookt om de heks te ontmaskeren – een wrede gewoonte uit bijgelovige tijden. De menigte stond haar bij de Waalstraat op te wachten, klaar om recht te spreken. Alleen de komst van de politie redde Helena van de volkswoede. Ze bleef leven, maar niemand kocht ooit nog iets van haar. Heksenverhalen waren in Vlaardingen lang niet zeldzaam. In de Vleersteeg woonde ooit Niesje Bos, een vrouw van wie men zei dat ze meisjes had betoverd door toverdrank in hun koffie te doen. De meisjes raakten in razernij en vloekten op de heks. Artsen en dominees konden geen raad met hun gedrag. Pas toen de politie ingreep, kwam er rust. De rechter uit Rotterdam sprak zijn ongeloof uit over het gebeuren: het leek hem “een heksenproces uit de middeleeuwen, niet uit deze tijd.” In de polder, bij de Schiedamsedijk, leeft nog altijd de legende van de Grondeloze Waal. Een rijke maar wrede boer werd op een stormnacht gestraft toen bliksem zijn boerderij trof. Huis en schuur verdwenen in een kolk die zich vulde met regenwater. Men zei dat de put geen bodem had – wie bleef peilen, zou in de hel terechtkomen. En wie ’s winters langs de Zuidbuurt schaatst, hoort soms nog het geluid van ijzers over het ijs, zelfs als het water open ligt. Dat zou de geest zijn van de onthoofde schaatser, die zijn lichaam en hoofd in de volgende wak weer vond, slechts om daarna bij het vuur te sterven. Niet alleen oude legendes doen de ronde; ook moderne spookverhalen nestelen zich in Vlaardingen. In de Chinese flat aan de Dirk de Derdelaan melden bewoners kille tocht, stemmen en schimmen die langs de ramen glijden. De kelderdeuren slaan vanzelf open, en honden blaffen naar lege hoeken. Meerdere bewoners zijn er gestorven, sommigen door eigen hand. Men zegt dat een donkere wolk boven het gebouw hangt. Aan de Professor Rutgerstraat 40 – ooit een dokterspraktijk – voelt men zich nooit alleen. Schoonmakers vertelden hoe ze schaduwen zagen glijden langs de muren en deuren zagen sluiten zonder wind. Ook langs het oude kerkhof worden vreemde verschijnselen gemeld: stenen die uit het niets bewegen, fluisteringen in de avondwind. Er zijn meer plekken waar Vlaardingers huiveren. Het oude Holyziekenhuis, de watertoren in ’t Hof en huizen boven de haven zouden geesten herbergen. Een man vertelde dat zijn woning in de Hoevenbuurt gebouwd was op een oude begraafplaats. ’s Nachts hoorde hij voetstappen en stemmen – tot hij verhuisde en de rust terugkeerde. Sommige verhalen zijn persoonlijk. Een vrouw vertelde hoe ze na de dood van haar vriendin steeds een hand op haar schouder voelde terwijl ze zich opmaakte. Een ander sprak over een kamer waar elke nacht zes keer op de muur werd geklopt – volgens internet een klopgeest. Een jongen in Vlaardingen zou ooit bezeten zijn geweest en rode ogen hebben gekregen voor hij uit het raam wilde springen. Zelfs gewone huizen en winkels lijken niet gevrijwaard. In een computerwinkeltje in het centrum voelde een medewerker de kou van een andere wereld in de achterkamer. Voorwerpen verplaatsten zich, een koffieautomaat viel om zonder reden, en hij hoorde adem vlak achter zich. Zijn vriendin, gevoelig voor het paranormale, liep recht op de kamer af zonder dat hij iets had gezegd. Wat ze voelde, bevestigde zijn angst: er was iets, iets met een donkere cape. Tot slot is er nog het verhaal van de man die werkte in het mortuarium van het oude Holyziekenhuis. Hij vertelde hoe hij eens een overleden vrouw netjes op haar rug in de koeling had gelegd, maar de volgende dag op haar zij terugvond. Niemand wist hoe dat kon. Zulke verhalen worden in Vlaardingen met een mengeling van ongeloof en ontzag doorverteld – alsof de stad haar doden nooit helemaal loslaat. Vlaardingen is meer dan een vissersstad met een rijke geschiedenis. Onder de moderne gevels schuilen oude angsten en fluisterende verhalen die van generatie op generatie worden doorgegeven. Of men nu gelooft in spoken, heksen of klopgeesten, één ding is zeker: wie ’s nachts door Vlaardingen wandelt, voelt soms een blik in de rug, hoort voetstappen in de verte en weet niet altijd zeker of hij alleen is.

Locatie Delft
Delft is een stad vol geschiedenis, waar het verleden overal voelbaar is in de smalle steegjes, oude gevels en statige kerken. Maar achter die schilderachtige aanblik gaat een wereld schuil van verhalen, legendes en verschijningen die door de eeuwen heen zijn doorverteld. Wie door de oude binnenstad loopt, kan zich zomaar voorstellen hoe het hier moet zijn geweest in lang vervlogen tijden – en volgens velen is dat verleden nog altijd aanwezig. Zo wordt er gefluisterd dat er achter de Mark, in een klein steegje links van de Grote Kerk, een huis staat waar het spookt. Ook aan de Oude Delft en de Koornmarkt zouden meerdere panden een onverklaarbare, kille sfeer uitstralen. De stad draagt haar verhalen met zich mee als een onzichtbare sluier. Eén van de bekendste sagen is die van ijdele Bartje, die zijn naam voorgoed verbond aan de Oude Kerk van Delft. Het verhaal speelt zich af in het middeleeuwse Holland, waar ridder IJsbrand en zijn vrouw Hadewij in Delft een welvarend en godvruchtig leven leidden. Hun gezin had veel te danken aan het lot, maar ook veel geleden: van de vijf kinderen die Hadewij ter wereld bracht, waren alleen dochter Ada en zoon Bartholomeus nog in leven. De familie Van der Made ontbrak het aan niets en in hun vroomheid voelden zij zich verplicht God iets terug te geven. Zoals gebruikelijk was in die tijd, koesterden zij de wens dat een van hun kinderen een bijdrage aan de kerk zou leveren. Vooral op hun zoon Bartholomeus hamerden zij erop dat hij zich later zou inzetten voor het geloof. Enthousiast beloofde Bartje dat hij het kleine kerkje in de stad tot de mooiste kerk van Holland zou ombouwen. Hij droomde ervan dat het zijn naam zou dragen, zodat iedereen wist wie deze schenking mogelijk had gemaakt. Zijn moeder waarschuwde hem dat zulke daden uit devotie moesten voortkomen en niet uit eigen eerzucht, maar Bart bleef bij zijn standpunt. Toen hij volwassen werd en zijn plannen vorm kregen, ontmoette hij op de vooravond van de bouw een onbekende edelman. Bart vertelde trots over zijn grootse plannen, maar de ridder sprak onheilspellende woorden: “Wanneer uw daden niet in uw hart geboren zijn, bereikt u niet hetgeen u voorstaat. De kerk zal zich van u afkeren en uw daden zullen in twijfel getrokken worden.” Bart reageerde geërgerd en zette zijn plannen door. Die nacht werd hij geplaagd door dromen waarin zijn moeder en de vreemde ridder hem berispten, terwijl op de achtergrond de bouw van zijn kerk telkens misliep. De volgende ochtend bleek de edelman spoorloos, alsof hij nooit had bestaan. Desondanks verliep de bouw voorspoedig. Het oude kerkje verdween en een imposant godshuis rees op dat de naam “Bartholomeuskerk” droeg. Bartje leefde nog jaren zonder dat zich iets bijzonders voordeed rond zijn kerk. Maar na zijn dood en begrafenis in datzelfde bedehuis veranderde de naam in de volksmond. De kerk werd groter en kreeg een statige toren, maar al tijdens de bouw begon die scheef te zakken. De bouwmeester probeerde de bovenste delen recht te bouwen, waardoor de toren een knik kreeg. De voorspelling van de mysterieuze ridder leek uit te komen: de kerk heette niet langer Bartholomeuskerk, maar werd door de Delftenaren de “Oude Jan” genoemd. De scheve toren leek zich af te keren van de plek waar ooit het woonhuis van ijdele Bartje had gestaan – alsof de kerk hem na zijn dood alsnog de rug toekeerde. Die Oude Kerk, waar ook Willem van Oranje zijn laatste rustplaats vond, wordt tot op de dag van vandaag door sommigen als een plek vol onzichtbare aanwezigheid ervaren. Bezoekers vertellen dat ze bij de grafkelder een onguur gevoel krijgen, alsof er te veel geesten rondwaren. “Het is net alsof ze niet willen dat je bij de grote afdekplaat komt,” vertelde een bezoeker eens. Zulke verhalen dragen bij aan het mysterie rond deze plek. En het blijft niet bij de kerken. Ook andere gebouwen in Delft zouden niet verlaten zijn door hun vroegere bewoners. In Café No Smoking aan het Noordeinde, een pand uit 1832 dat ooit een brouwerij was, worden al jaren vreemde verschijnselen gemeld. Medewerkers spreken over koude windvlagen, bewegende objecten en een constante indruk dat de ruimte vol mensen is terwijl er niemand is. Een luik boven de buitendeur zou zonder aanleiding met een enorme klap dichtslaan, barkrukken staan plotseling verplaatst alsof iemand onzichtbaar is gaan zitten, en soms voelen mensen aanrakingen op hun benen of rug. Eén van de medewerksters vertelde zelfs dat er “iets” in haar was gekropen terwijl ze achter de bar zat. Zulke ervaringen hebben het café een bijna mythische reputatie gegeven. Ook in het voormalige kinderziekenhuis van Delft doen zich al jaren verhalen de ronde. Medewerkers hoorden er een meisjesstem, zagen liften vanzelf open- en dichtgaan en merkten dat objecten verplaatst werden zonder dat er iemand was. Een medium die werd geraadpleegd, vertelde dat het ging om een overleden meisje van acht dat niet wist dat ze gestorven was en hulp zocht. Nadat iemand het kind had uitgelegd dat ze naar het “witte licht” kon gaan, verdwenen de verschijnselen. En dan is er nog de Nieuwe Kerk. Een glas-in-loodrestaurateur die daar aan het werk was, vertelde hoe hij op een dag plotseling het gevoel kreeg dat hij zich moest omdraaien. Op tien meter afstand stond een oude man in een lange zwarte jas met een klassieke pet hem aan te kijken. Zonder geluid begon hij te lopen en verdween om de hoek, terwijl daar geen deur of luik was om doorheen te verdwijnen. De restaurateur, normaal sceptisch over paranormale zaken, wist zeker wat hij had gezien. Wie door Delft loopt, wandelt niet alleen door een stad van grachten, bruggetjes en monumenten, maar ook door een landschap van verhalen. De legende van ijdele Bartje, het spookmeisje in het kinderziekenhuis, de onzichtbare gasten in een café en de mysterieuze man in de Nieuwe Kerk: ze vormen samen een schimmig mozaïek dat het verleden van de stad voelbaar maakt. Misschien zijn het slechts verhalen, misschien niet. Maar wie ’s avonds door de smalle stegen loopt, langs de scheve toren van de Oude Kerk of door het stille interieur van de Nieuwe, zou zomaar even kunnen voelen dat Delft meer is dan stenen en water. Het is een stad waarin het verleden ademt – en soms fluistert.

Locatie Zoetermeer
Zoetermeer is op het eerste gezicht een moderne, levendige stad vol nieuwbouw en bedrijvigheid. Toch schuilt er onder deze hedendaagse façade een rijke laag van sagen, spookverhalen en onverklaarbare gebeurtenissen die teruggaan tot eeuwen geleden. Door de polders, het Buytenpark, oude spoorwegovergangen en voormalige kastelen loopt een rode draad van mysterieuze verschijningen die tot op de dag van vandaag worden verteld. Een van de bekendste verhalen speelt zich af bij de spoorwegovergang in Rokkeveen. Op een avond, omstreeks negen uur, stond een seinhuiswachter op het platform van zijn seinhuis toen hij een enorme zwarte hond zag, zo groot als een kalf, die onder een landhek door kroop en in de wijde polder verdween. Even later kwam zijn dochtertje hem zijn boterhammen brengen en vertelde geschrokken dat zij hetzelfde grote zwarte beest had gezien. De volgende dag onderzocht de seinhuiswachter het hek nog eens bij daglicht en merkte tot zijn verbazing dat het hek zo laag bij de grond zat dat zelfs een klein hondje er niet onderdoor zou kunnen kruipen. Volgens overlevering wordt de geest van deze hond nog steeds waargenomen op donkere winteravonden rond negen uur, tegenwoordig in de buurt van Station Zoetermeer Oost, naast de voormalige Nutriciafabriek. Het Buytenpark, tegenwoordig een heuvelachtig natuurgebied, heeft eveneens een duistere reputatie. Ooit was dit een puinstortplaats en volgens de verhalen ligt hier het puin van het voormalige weeshuis Groenestein. Op de plek van de zogenaamde Groenesteijnkuil zouden kinderen zijn mishandeld en hun geesten zouden nog altijd door het park dwalen. Bezoekers vertellen dat ze aan hun benen worden getrokken of gekrabd wanneer ze de kuil betreden. Ook de heuvel van Marcellus, niet ver van SnowWorld, wordt omgeven door griezelige verhalen. Veenlijken en veendieven zouden op stille avonden boven de turfputten verschijnen, terwijl de wind zachtjes door de toppen van de bomen ruist. Het park kent nog meer plekken waar het onheimelijk kan zijn: een schelpenpad dat door mens noch dier wordt gebruikt, een plek waar ooit een Spaans garnizoen verschrikkelijk aan zijn einde kwam, en de Noyellesheuvel waar Wicca’s samenkomen en waar soms muziek klinkt die niet van deze wereld lijkt. De klanken zouden afkomstig zijn van de geesten van het verliefde stel Erik en Elise, dat in 1991 op tragische wijze om het leven kwam. Niet alleen het Buytenpark, ook het oude Zoetermeer kent zijn eigen spoken. Zo is er Kasteel Palenstein, dat ooit in de Dorpsstraat stond. Gebouwd in de late 14e eeuw door Willem van Egmond, kende het kasteel een lange en bewogen geschiedenis. Verhalen over bewoners die plotseling stierven, zoals Jan, de zoon van Willem die in 1426 werd vermoord, worden nog altijd in verband gebracht met verschijningen in de omgeving. Volgens moderne mediums zou de geest van een middeleeuwse strijder – mogelijk verbonden aan Palenstein – nog altijd in Zoetermeer rondwaren. Soms spelen de verhalen zich af in heel gewone woonhuizen. Frank, een bewoner van een appartement in Zoetermeer, werd jarenlang geplaagd door een poltergeist. Nadat hij meubels van de vorige eigenaresse had weggegooid, begonnen onverklaarbare gebeurtenissen: geluiden, bewegingen en zelfs een moment waarop hij midden in de nacht achterover werd geduwd en bewusteloos raakte. Een groep mediums onder leiding van Rob van der Wilk kwam ter plaatse en voerde een uitdrijving uit. Tijdens de séance kwamen ze in contact met een klein meisje dat bang was en naar haar moeder wilde, en met een man met een hellebaard uit de 18e eeuw. Ook de geest van mevrouw Braun, de vorige bewoonster, werd uiteindelijk naar het licht begeleid. De spanning verdween en Frank kon zijn woning eindelijk zonder angst betreden. De verhalen beperken zich niet tot vaste plekken. Zo vertelde een buspassagier dat zij tijdens een rit van Zoetermeer naar Delft plotseling een overweldigend voorgevoel kreeg dat er iets zou gebeuren met de bus. Enkele minuten later moest de chauffeur hard op de rem staan voor een auto, waarbij meerdere passagiers gewond raakten. Het voorgevoel bleek angstaanjagend juist. Anderen vertelden hoe foto’s in hun huis leken te bewegen of hoe ze in spiegels overleden familieleden zagen. Kinderen kregen tijdens schooltoneelrepetities te maken met mysterieuze verschijningen en plotseling uitvallende lichten in oude gebouwen die ooit weeshuizen waren. Sommige inwoners, zoals Hilda Spruit, waarschuwen in boeken en lezingen voor de gevaren van het oproepen van geesten door bijvoorbeeld glaasje draaien. Anderen, zoals Veronica Boers, fotograferen orbs en natuurwezentjes en beweren dat deze energieën bij kinderen, feestjes en bijzondere momenten aanwezig zijn. Zo wordt een stad die bekendstaat om haar winkelcentra, moderne wijken en infrastructuur, ook een stad waar verhalen rondgaan over onzichtbare bewoners, tijdloze zielen en natuurkrachten die zich soms laten zien. Zoetermeer blijkt, bij nader inzien, geen plek waar alleen maar asfalt en nieuwbouw de toon voeren, maar een stad met een diepgewortelde, bijna vergeten traditie van sagen en spookverhalen. Van de zwarte hond bij Rokkeveen tot de geesten in het Buytenpark, van Kasteel Palenstein tot een doodgewone flat waar een poltergeist huishield – het lijkt alsof er in Zoetermeer altijd iets onder de oppervlakte schuilt dat ons eraan herinnert dat niet alles in deze wereld verklaarbaar is.

Locatie Rijswijk
Rijswijk in Zuid-Holland lijkt tegenwoordig een rustige, haast onopvallende gemeente tussen Den Haag en Delft, maar wie iets dieper in de lokale geschiedenis duikt, stuit op een wereld vol sagen, spookverhalen en mysterieuze verschijningen. Al anderhalve eeuw geleden vertelden bewoners elkaar bij kaarslicht over de donkere kanten van hun dorp, toen het nog grotendeels uit landgoederen, buitenplaatsen en drassige polders bestond. Eén van de bekendste verhalen is dat van de Zwarte Wagen, ook wel de Hellewagen genoemd. Wie vroeger bij de Hoornbrug de weg overstak, liep het risico deze duistere verschijning tegen te komen. Men vertelde dat de wagen dwars door de weilanden kwam aanrijden, voortgetrokken door gitzwarte paarden. Het geluid van hun hoeven, het klappen van de zweep en het snuivende gehinnik waren al van verre te horen. Binnenin zaten verloren zielen, jammerend om hun lot, terwijl boven al dat geluid de duivel zelf zou lachen — een schaterlach zo koud dat het bloed in de aderen stolde. De predikant van Rijswijk waarschuwde zijn gemeenteleden dat dit het lot was van hen die te laat berouw toonden, en menigeen zal na zo’n preek met bevende handen het avondgebed hebben uitgesproken. Ook rond de oude buitenplaatsen van Rijswijk deden spookverhalen de ronde. Het huis Ockenburg, ooit net buiten het dorp gelegen, stond in de negentiende eeuw bekend als een plaats waar het niet pluis was. Bezoekers spraken van schimmen in de gangen en deuren die vanzelf openden in het holst van de nacht. Even griezelig was het verdwenen landhuis Steenvoorde. In het Rotterdamsch Nieuwsblad van 31 januari 1942 stond te lezen dat dit huis “een spookhuis van de allereerste rang” was. Op stormachtige avonden, als de wind door de bomen gierde en de vogels krijsten, zouden alle deuren plots openspringen. In de keuken bewogen de zwengels van de waterpompen op en neer alsof ze werden bediend door onzichtbare handen, terwijl er geen druppel water tevoorschijn kwam. Ook het idyllische Landgoed Te Werve draagt een mysterie met zich mee. Volgens de overlevering ligt er op de bodem van het meer een klein locomotiefje met rails en wagentjes. Soms, zo zeggen vissers, stijgt er uit het water een rokende schoorsteen op — alsof de trein nog steeds zijn ronde maakt, diep onder het oppervlak. Of het slechts een vissersverhaal is of een hardnekkige legende, niemand weet het precies. Zelfs voormalige beheerders van het landgoed hebben het nooit kunnen bevestigen of ontkennen. Niet alleen oude verhalen, maar ook modernere getuigenissen voeden het idee dat Rijswijk nog altijd iets bovennatuurlijks herbergt. Op een spiritueel jongerenforum vertelde iemand dat hij op een avond van station Rijswijk naar school liep en de hele weg een kinderstemmetje hoorde dat zijn naam riep. “Patrick… Patrick…” klonk het, gevolgd door een kwaadaardig lachje. De stem bleef door de straten echoën, maar de bron ervan werd nooit gevonden. Een ander getuigde dat hij bij een Rijswijkse begraafplaats woonde en elke avond een doorzichtige vrouw met een paraplu zag. Ze liep in stilte naar een graf en verdween daarna even plotseling als ze gekomen was. Rijswijk is in de loop der tijd veranderd: de landhuizen zijn vervangen door woonwijken, de polders door bedrijventerreinen en drukke wegen. Maar onder de moderne gevels lijkt iets van het oude Rijswijk nog te fluisteren. Wie op een mistige avond langs de Hoornbrug loopt of uitkijkt over het meer van Te Werve, zou zomaar iets kunnen horen of zien — een flard van een lach, het geluid van hoefslag in de verte, of de vage contouren van een zwarte wagen die door het weiland snijdt. Misschien slechts verbeelding, misschien iets dat nooit helemaal verdwenen is.

Locatie Den Haag
Den Haag staat bekend om zijn statige regeringsgebouwen, koninklijke paleizen en historische wijken, maar achter deze façade schuilt een stad vol mysteries, bovennatuurlijke ervaringen en verhalen die generaties lang worden doorverteld. In buurten als Morgenstond, Bezuiden hout en rond het Haagse Bos lijkt een onzichtbare wereld soms onverwachts tastbaar te worden. Veel Hagenaars hebben wel een keer iets meegemaakt dat moeilijk te verklaren is en deze verhalen vormen samen een schimmig maar intrigerend beeld van de hofstad. Zo vertelde een Hagenaar over een angstige avond in het Zuiderpark, toen hij als tiener met vrienden na een feest een kortere route door het park nam. Ze lachten en maakten grappen, tot een harde kreet hen abrupt liet verstommen. Aan de overkant van het water zagen ze een vrouw in zwartgrijze kleren rennen. Het tafereel was zo bevreemdend dat de groep in paniek wegrende en pas buiten het park tot stilstand kwam. “Nooit en nooit meer daar zo laat gelopen,” besloot hij zijn verhaal. Zulke ervaringen laten een blijvende indruk achter en zorgen dat plekken in de stad een eigen, vaak onzichtbare lading krijgen. De verhalen stoppen niet bij spookachtige verschijningen in parken. Soms komt het bovennatuurlijke heel dichtbij, zelfs in huis. Zo vertelde iemand over de dood van zijn tante in de jaren tachtig. Enkele dagen na haar overlijden rook hij plotseling de kenmerkende geur die tijdens haar ziekte in het ziekenhuis hing – een geur die hij meteen herkende. Voor hem was het een bewijs dat zijn tante nog bij hem was en dat er een bewustzijn na de dood bestaat. Zijn zus maakte dezelfde ervaring mee. Sindsdien ontwikkelde hij zijn gevoeligheid verder en ging hij zelfs huizen ‘schoonmaken’ van storende energieën. Dat Den Haag een bijzondere plek is voor het esoterische blijkt ook uit de geschiedenis. Rond 1900 was de stad een broeinest van spiritualistische en theosofische activiteiten. Binnen de Haags-Indische gemeenschap leefde een groot geloof in vooroudercontact en seances. Zowel in Paleis Noordeinde als in Haagse huiskamers werden bijeenkomsten gehouden waar men hoopte contact te maken met overledenen. De stad was een spiritueel kruispunt, waar wetenschap en geloof elkaar ontmoetten. Sommige plekken kregen door tragische gebeurtenissen een duistere reputatie. De brug bij de Paviljoens gracht werd jarenlang de ‘Spookbrug’ genoemd nadat een meisje verdween en men ervan overtuigd was dat het er spookte. Pas jaren later, toen een huis bij de brug werd afgebroken en haar stoffelijke resten werden gevonden, kwam er rust. Ook de Gevangenpoort heeft zijn reputatie. Bezoekers voelen er koude rillingen, horen kettingen en zien deuren vanzelf openstaan. Voor sommigen is het een bewijs dat de geesten van onschuldige gevangenen er nog altijd ronddwalen. Er zijn ook persoonlijke ontmoetingen met het onbekende die nog jarenlang na sudderen. Zo werd een Haagse journalist in 2006 op pad gestuurd om een medium te interviewen. Hij was zelf niet gelovig, maar werd direct geraakt door hoe precies zij pijn en situaties beschreef die zij niet kon weten. Tijdens het gesprek voelde hij een druk in zijn nek, waarop het medium zei dat er iemand achter hem stond: een man in uniform die hem beschermde. En midden in een zin groette ze opeens zijn schoonvader bij naam, zonder dat hij haar ooit over hem had verteld. Het interview werd een ervaring die hij nooit meer vergat. Ook dieren lijken soms gevoelig voor iets wat mensen niet kunnen zien. Een jonge vrouw die met haar zus en twee honden naar Den Haag verhuisde, merkte al snel vreemd gedrag op. Binnen een week vertoonden de honden angstige reacties: trillen, piepen en staren naar onzichtbare punten in huis. Bij het maken van foto’s verschenen er bewegende orbs. De geschiedenis van de wijk bleek terug te gaan tot een oorlogsvliegveld waar soldaten om het leven waren gekomen. Toeval of niet, de gebeurtenissen maakten haar onrustig. De stad kent meer van dit soort verhalen. Een Haagse weduwe vertelde hoe ze op de sterfdag van haar man voelde dat het dekbed omhoogging en iemand naast haar in bed stapte. In Bezuiden hout vallen kruisbeelden spontaan van de muur en trekken koude luchtstromen door kamers zonder open ramen. In het pand van de Raad voor Cultuur aan de Rutger Jan Schimmelpennincklaan zijn er talloze meldingen van voetstappen, bloedstollende kreten en mysterieuze aanrakingen. Zelfs rationele medewerkers, die niet in geesten geloofden, stonden perplex door onverklaarbare gebeurtenissen. Het huis kende bovendien een duister verleden, met een vermoorde suikermagnaat en later gebruik als distributiecentrum in de oorlog. Het Haagse Bos wordt door een paragnost aangewezen als plek waar Joods goud begraven ligt, achtergelaten door mensen die tijdens de oorlog geen andere keuze hadden. En anderen vertellen over overleden ouders die plotseling verschijnen aan hun bed, alsof ze afscheid komen nemen. De stad lijkt een verzamelpunt van herinneringen, emoties en verhalen die de grens tussen deze wereld en de andere soms doen vervagen. Den Haag is dus niet alleen de stad van politiek en paleizen, maar ook een stad van verborgen geschiedenissen, persoonlijke ervaringen en een rijk erfgoed aan mysterie. Of men erin gelooft of niet, deze verhalen dragen bij aan een ander beeld van de hofstad: een plek waar het verleden soms tastbaar dichtbij komt, waar de dood niet altijd het laatste woord heeft en waar de grens tussen werkelijkheid en het onbekende soms angstig dun lijkt.

Locatie Gouda
Gouda staat bekend om zijn kaas, de prachtige historische binnenstad en de indrukwekkende Sint-Janskerk, maar wie iets verder kijkt, ontdekt een stad met een schaduwzijde. Naast de tastbare geschiedenis leven er in Gouda ook talloze verhalen die zich moeilijk in woorden laten vangen. Sagen, legenden en spookverhalen worden van generatie op generatie doorgegeven, vaak fluisterend, alsof men de geesten niet wil wakker maken. Er zijn plekken in de stad waarvan men zegt dat ze nog altijd niet tot rust zijn gekomen. Zo wordt de oude bibliotheek genoemd als een plaats waar het zou spoken. Toegang krijgen is vandaag de dag onmogelijk, zeker ’s nachts, maar de verhalen blijven rondzingen. Ook de oude begraafplaats achter de voormalige kaarsenfabriek roept een unheimische sfeer op. Bezoekers vertellen hoe ze kippenvel kregen, zonder duidelijke reden, en hoe onverklaarbare voetstappen hen volgden terwijl ze alleen leken te zijn. Er zijn zelfs orbs gezien – lichtverschijnselen die volgens sommigen een teken zijn van paranormale activiteit. Het oude Groene Hart ziekenhuis, locatie Jozef, vormt een ander decor voor bovennatuurlijke ervaringen. Ooit een plaats van zorg en genezing, nu verlaten en verhuurd, maar voor wie er ooit lag, blijft het beladen grond. Er zijn verhalen van patiënten die ’s nachts nonnen door de gangen zagen schuiven, terwijl er allang geen zusters meer werkzaam waren. Onzichtbare voetstappen rond het bed, trappen die gebruikt leken te worden terwijl er niemand was – het zijn ervaringen die diepe indruk hebben gemaakt. Niet alleen gebouwen en begraafplaatsen, maar ook de wegen rondom Gouda dragen hun geheimen. Een vrouw vertelde hoe ze op de A20 bij Gouda in de file stond en tot haar verbijstering een man en een kind tussen de auto’s zag oversteken. Ze leken zo tastbaar dat ze claxonneerde om andere automobilisten te waarschuwen. Toch verdwenen de gedaanten plotseling in het niets, alsof ze er nooit geweest waren. In het Goudse Hout, een groot park aan de rand van de stad, speelt een van de meest hardnekkige verhalen. Verschillende getuigen zouden daar een jonge vrouw hebben gezien in kleding die niet van deze tijd is, vaak verdrietig kijkend, en soms zo dichtbij dat haar gezicht duidelijk zichtbaar is. Volgens de overlevering gaat het om een meisje dat haar geliefde zocht, een man die tijdens het veensteken verdronk. Ze ging hem achterna, maar raakte zelf in het moeras verstrikt en verdween. Sindsdien dwaalt ze door het gebied, nog altijd op zoek naar haar verloren liefde. Ook moderne gebouwen lijken niet vrij te zijn van een zekere onrust. Een vrouw met paranormale gaven zou in een appartement in Gouda vreemde geluiden hebben gehoord en een zware druk op haar borst hebben gevoeld. Pas later hoorde ze dat er tijdens de bouw een jongetje in de bouwput was verdronken en dat eerdere bewoners door tragische gebeurtenissen waren getroffen. Voor haar was het bewijs dat sommige plekken beladen zijn met een verleden dat niet zomaar verdwijnt. Voor wie openstaat voor het onverklaarbare, is Gouda geen gewone stad. Het is een plek waar tussen de historische gevels en stille lanen verhalen rondwaren die de grens tussen leven en dood doen vervagen. Voor de een zijn het verzinsels, voor de ander tekenen dat er meer is dan we met het blote oog kunnen zien. Feit is dat Gouda naast zijn rijke tastbare geschiedenis ook een onzichtbare laag kent: een stad vol schimmen, herinneringen en geheimen die nooit helemaal tot rust zijn gekomen.

Locatie Dordrecht
Dordrecht is niet alleen de oudste stad van Holland, maar ook een plek waar de geschiedenis vol mysterie, legenden en spookverhalen door de straten en grachten lijkt te fluisteren. Achter de gevels van de historische panden, langs de stille begraafplaatsen en zelfs op het water leven verhalen voort die bewoners en bezoekers huiverend doorvertellen. Sommige zijn eeuwenoud, andere komen uit de moderne tijd, maar allemaal dragen ze bij aan het mysterieuze aura van de stad. Zo is er het verhaal van een merkwaardig huis vlakbij een fietstunneltje en de begraafplaats, dat in een punt uitloopt. Niemand houdt het er lang vol; bewoners vertrekken na enkele maanden weer. Volgens de overlevering woonde er ooit een Afrikaanse vrouw, en sinds haar overlijden gebeuren er vreemde dingen die toekomstige bewoners verjagen. Een ander spookachtig tafereel vond plaats op de begraafplaats Essenhof. Een bezoeker vertelde hoe hij daar een man ontmoette die vriendelijk de tijd vroeg. Pas toen de verschijning wegzweefde en bleek geen benen te hebben, drong het door dat hij misschien met een geest had gesproken. Dordrecht kent daarnaast religieuze sagen die eeuwen teruggaan. Het Heilig Hout, een relikwie dat in de vijftiende eeuw wonderlijk genoeg ongeschonden een stadsbrand overleefde, maakte de stad tot een belangrijke bedevaartsplaats. Duizenden pelgrims kwamen er jaarlijks op af. Het was een teken dat bovennatuurlijke krachten de stad beschermden, althans zo geloofde men. Ook oorlog en dood hebben hun sporen nagelaten. In de bunkers van Amstelwijck, vlak bij de A16, zou het nog steeds spoken. Soldaten kwamen er om tijdens de Tweede Wereldoorlog, en een verzetsman liet er het leven bij een munitie-explosie. Bezoekers spreken over een beklemmend gevoel, misselijkheid en stemmen uit het duister. Op het water leeft een van de bekendste verhalen: dat van het spookschip de Zeerob. Dit schip vertrok in 1771 uit de Kalkhaven, maar kwam nooit meer aan. Volgens de overlevering dwaalt het verlaten wrak nog steeds door de mistige zeeën, met kapitein Jacobszoon gedoemd eeuwig rond te varen. Zeelieden die het zien, vrezen rampspoed. Het beeld van klapperende zeilen, rottend voedsel en een kraai die onheil aankondigt, is nog altijd voer voor bijgeloof. Soms zijn de spoken dichter bij huis. Zo doet het verhaal van Schoontje Braadbaart de ronde, een joodse vrouw die in Sobibor werd vermoord maar volgens omwonenden nog steeds rondwaart in haar oude huis aan de Voorstraat. Buren zagen haar schim, een gebogen vrouw in zwarte kleding, en spraken van een beklemmende aanwezigheid. Het pand werd zelfs een toeristische trekpleister waar kinderen huiverend langs liepen. Tot op de dag van vandaag geloven sommigen dat Schoontje nog steeds haar schatten zoekt die zij ooit verborgen hield. Niet alleen mensen, ook dieren spelen in de verhalen een rol. Op de Stevensweg in Dubbeldam werd een man ooit achtervolgd door een hondje dat plots veranderde in een angstaanjagende beer. Sindsdien wordt er gezegd dat het er niet pluis is. Zulke verhalen, ooit in de kranten van de negentiende eeuw beschreven, ademen het bijgeloof van vroeger. Andere vertellingen zijn persoonlijker. Zo sprak een paranormaal begaafde vrouw over een oude zolder waar een koopman uit de zeventiende eeuw gevangen zou zijn gehouden door zijn jaloerse broer. Eeuwen later zat zijn geest er nog steeds geketend vast, tot hij verlost werd en in een visioen alsnog met zijn geliefde Maria kon trouwen. Zulke verhalen mengen geschiedenis en emotie, en geven Dordrecht een haast sprookjesachtige schaduwzijde. Zelfs standbeelden zouden niet immuun zijn voor mysterie. Er gaat het gerucht dat de beelden van de gebroeders De Witt soms van plaats verwisselen, alsof de broers zelf nog iets te zeggen hebben in de stad waar ze ooit zoveel macht hadden. En dan zijn er nog de moderne verhalen: voetstappen in huizen aan de Van Blanckenburgstraat, kroonluchters die vanzelf bewegen en vitrines die rammelen zonder te vallen. Bij verhuizingen zouden ramen plots dichtklappen, alsof een onzichtbare bewoner zijn ongenoegen uitte over het vertrek. Al deze sagen, legenden en spookverhalen maken Dordrecht tot meer dan een stad van handel, kunst en geschiedenis. Ze laten zien dat er een andere laag bestaat, eentje die zich verschuilt in het donker van steegjes, het ruisen van de wind over de Oude Maas en de stilte van eeuwenoude panden. Voor wie goed luistert, vertelt Dordrecht nog altijd zijn geheimen – soms fluisterend, soms in een ijzige schreeuw uit het verleden.

Slot Assumburg
Slot Assumburg in Heemskerk stamt uit de vijftiende eeuw, maar onder de grond liggen nog sporen van een dertiende-eeuwse voorganger. Over dit prachtige kasteel met zijn baroktuin doen twee spannende spookverhalen de ronde. Zo zou er nog altijd een schat in de grond zitten, een grote kist met munten die door de geest van een krankzinnige vrouw bewaakt wordt. Deze vrouw was ooit de echtgenote van de heer van Assumburg. Hij had haar ontmoet toen hij tijdens zijn studie in een herberg in de Franse plaats Orleans verbleef. De vrouw was de dochter van de herbergier. Ze werden op slag verliefd en trouwden, maar de vrouw bleek alleen op geld belust. Terug op Assumburg spande ze samen met het personeel om ’s nachts in de kelder valse munten te maken, een misdaad waarop de doodstraf stond. Toen de heer van Assumburg erachter kwam, veroordeelde hij haar tot de brandstapel. Maar de valse munten had ze op tijd kunnen begraven bij het kasteel. Deze zouden tot op de dag van vandaag in de grond zitten, bewaakt door het spook van de hebzuchtige vrouw. De Franse vrouw is echter niet het enige spook dat rondwaart op Slot Assumburg. Als we de volksverhalen mogen geloven, dwaalt er elke nacht om klokslag middernacht een geest door de zalen, zolders en kelders van het oude kasteel. Het spook heeft al vele bewoners de stuipen op het lijf gejaagd. Sommigen beweren dat het heer Aernt van Assendelft is, anderen schijnen zeker te weten dat het om een arme zwerver gaat, die ook de naam Aernt draagt. Aernt de vagebond zat enkele eeuwen geleden opgesloten in de kerkers van het kasteel, als straf voor het zwerven. Weliswaar werd hij weer vrijgelaten, maar hij kreeg een brandmerk en er werd hem een stuk van zijn oor afgesneden. Daarna werd hij uit de streek verbannen. Mocht hij ooit weer terugkomen, dan zou men hem direct aan zijn verminkte oor herkennen en ophangen. Na zijn overlijden keerde zijn geest terug naar Heemskerk, om rond te spoken in het kasteel dat hem zo veel leed had aangedaan.

Kasteel Radboud
Over de Friese koning Radboud (voor 670-719), naamgever van Kasteel Radboud in Medemblik, bestaan veel legendes. Zo zou hij ooit met zijn paard de rivier de Eems zijn overgesprongen, op weg naar Oost-Friesland. Zijn paard zette zich zo krachtig af, dat er op die plek een gat in de grond ontstond dat vol water liep. Dit gat is men later het ‘Hengstegat’ gaan noemen. Ook zou de heidense koning zich op een dag tot christen laten dopen in het Westfriese dorp Hoogwoud. Hij stond al met één been in de doopvont, toen hij zich toch bedacht. De doopvont brak op slag in tweeën en de goddeloze koning Radboud zou nog lang in het dorp rondspoken als de ‘Tientôn-elfrib’: een boeman die kleine kinderen ontvoerde. Althans, als we de verhalen mogen geloven. Op de plek van het dertiende-eeuwse Kasteel Radboud zou koning Radboud zijn eerste versterking hebben gebouwd. De heidense koning voerde destijds een hevige strijd tegen de christenen. Christelijke gevangenen nam hij mee naar zijn kasteel in Medemblik, waar hij ze door een valluik in een put met ongebluste kalk liet vallen. Hoewel de huidige burcht uit latere tijden stamt, zou het ijzingwekkende gekerm van de vervolgden hier nog altijd te horen zijn. Een interessante toevoeging aan het verhaal stelt dat de dochter van koning Radboud de gevangenen te hulp zou zijn gekomen, als een daad van christelijke barmhartigheid. Toen haar vader haar betrapte, werd ze met een doornenkrans op haar hoofd in de kelder gestopt. Nadat ze weer vrijkwam, ging ze een gouden kapje dragen om de littekens van de doornen te verbergen. De andere Westfriese vrouwen namen deze trend over en zo ontstond de bekende gouden kap van de Westfriese klederdracht.

Slot Schagen
De verhalen over Slot Schagen dateren van later tijd en hebben alles te maken met de gruwelen van de Tachtigjarige Oorlog. In het kasteel van Schagen verbleef destijds de beruchte geuzenleider Diederik Sonoy (1529-1597), die een belangrijke rol speelde in de strijd tegen de Spanjaarden. Zijn overwinningen tijdens het Beleg van Alkmaar en de Slag op de Zuiderzee werden echter overschaduwd door zijn schrikbewind ten opzichte van katholieken. Zestien jaar lang liet hij in naam van Oranje onder meer martelaren in Alkmaar en Ransdorp vermoorden, de Abdij van Egmond verwoesten en willekeurige katholieke boeren ter dood veroordelen. In de torens van Slot Schagen verrichte Sonoys ‘bloedraad’ de meest onmenselijke martelingen op hen. De twee hoektorens staan nog steeds overeind, hoewel de rest van het slot de tand des tijds niet overleefd heeft. Het bouwvallige kasteel werd in 1820 afgebroken, maar is onlangs herbouwd. In de nieuwbouw, die het oude kasteel niet geheel imiteert maar wel mooi bij de oude architectuur aansluit, is tegenwoordig Slothotel Schagen en de lokale VVV gevestigd. Wie niet terugdeinst voor het spookachtige gejammer van Sonoys veroordeelden op de pijnbank, is welkom om een nachtje door te brengen in de hotelkamers op de bovenverdieping van het kasteel.

Het Muiderslot
Ook in de ruim 700 jaar geschiedenis van het Muiderslot is veel gebeurd. Het statige kasteel in Muiden werd rond 1285 gebouwd door Floris V, graaf van Holland en Zeeland. Er was in die tijd veel onrust in onze streken. Omdat Floris een bondgenootschap was aangegaan met de Frankrijk, maakte de Engelse koning plannen om hem te ontvoeren naar Engeland. Tijdens een valkenjacht werd Floris gevangengenomen en in het Muiderslot opgesloten. Toen burgers en boeren hier lucht van kregen, gingen ze op weg naar het kasteel om de vrijlating van hun graaf te eisen. De ontvoerders wilden Floris meenemen naar een andere plek, maar stuitten onderweg op gewapende burgers. In paniek vermoordden ze graaf Floris. Er is lang gedacht dat de moord in het Muiderslot plaatsvond. De schrijver Constantijn Huygens (1596-1687), lid van de mythische Muiderkring, beweerde de geest van Floris V eeuwen later nog te ‘voelen’ in het kasteel. En in de negentiende eeuw werd op de tweede etage van een van de torens steevast de ‘bloedvlek van Floris V’ getoond aan onwetende bezoekers. Kort na de moord op graaf Floris V zou er vervolgens een zeemeermin in Muiden aangespoeld zijn. Zij vertelde de bewoners dat het dorp, als straf voor wat er gebeurd was, met het slot zou vergaan. Haar gezongen vervloeking klonk als volgt: ‘Muiden zal Muiden blijven, Muiden zal nooit beklijven. Een groter wasdom blijft alleen, Aan IJ en Amstelstad verpand.’ Nadat ze het lied gezongen had, verdween ze weer in de golven. De mensen lachten en vergaten de vloek al snel weer, maar het einde van de bloeitijd van Muiden kwam langzaam in zicht. Toen Amsterdam, de ‘Amstelstad aan het IJ’, opbloeide, besefte men te laat dat de voorspelling van de meermin was uitgekomen. Het machtige Muiderslot raakte zodanig in verval, dat men het in 1825 kon kopen om het af te laten breken. Er schijnt ‘s avonds een spottend gelach uit het water te horen zijn geweest. Gelukkig wisten enkele burgers voor de afbraak een stokje voor te steken, waardoor het Muiderslot nu nog steeds bestaat. En de zeemeermin? Die is, samen met een meerman, als schilddrager vereeuwigd in het wapen van Muiden.

Djinn Ervaringen
Djinn – tussen geloof, angst en het onverklaarbare. In talloze verhalen, zowel in Marokko als in Nederland, duikt steeds weer datzelfde onderwerp op: de djinn. Een wezen uit een onzichtbare wereld, gemaakt van rookloos vuur, dat volgens velen dicht bij de mens leeft – soms goedaardig, soms kwaadaardig. Voor sommigen is het bijgeloof, voor anderen bittere realiteit. Wie ooit iets vreemds heeft meegemaakt in de nacht, herkent misschien de angst, de verlamming, het gevoel dat er iets of iemand aanwezig is, terwijl niemand te zien is. Een van de meest gedeelde ervaringen gaat over het moment tussen waken en slapen. Je ligt in bed, half in slaap, en plots voel je een druk op je borst. Je wilt schreeuwen, maar je stem doet het niet. Je probeert te bewegen, maar je lichaam lijkt verlamd. Sommigen zeggen dat het Boe Abbas is – een djinn die ’s nachts verschijnt, zich op je lichaam legt en je de adem beneemt. Anderen spreken over Bokabes, een djinn die de gedaante van een kat met een hoed aanneemt. Een enkeling beweert hem gezien te hebben, al is het maar een flits, een schaduw, een vaag beeld in de schemering. De reacties op zulke ervaringen verschillen sterk. Sommigen zoeken bescherming in het geloof. Ze lezen verzen uit de Koran, doen wassing voor het slapen gaan, of reciteren Ayat al-Koersi, Soerat al-Falaq en Soerat an-Naas. Ze zeggen dat deze verzen bescherming bieden, dat engelen over hen waken zolang zij geloven en hun gebeden verrichten. Anderen zoeken troost bij familie. Ouders die de Koran openen, een imam die roqia verricht – een religieuze genezingsritueel waarin verzen worden gereciteerd om het kwaad te verdrijven. Er zijn echter ook stemmen die het allemaal met scepsis bekijken. Sommigen zeggen dat het niets meer is dan “waswas” – influisteringen van de satan, een spel van de geest. Een manier waarop angst zich uitdrukt, een hallucinatie veroorzaakt door vermoeidheid, stress of slaapverlamming. Er wordt zelfs gewezen op het placebo-effect: als iemand gelooft dat hij genezen wordt door een bepaald ritueel, kan dat geloof op zichzelf al verlichting brengen. Maar voor wie het meemaakt, voelt het allesbehalve denkbeeldig. Eén vrouw vertelt hoe ze in Marokko ’s nachts een harde klap op haar borst voelde. Ze kon zich niet bewegen en dacht dat haar laatste uur geslagen had. Een ander zegt jarenlang bezeten te zijn geweest door meerdere djinns. Weer een ander schrijft over voetstappen in een leeg huis, gevolgd door een steek in de voet – een ervaring die hem jarenlang angstig maakte, tot hij hulp zocht bij een imam. Binnen de gesprekken klinkt zowel angst als geloof, twijfel als overgave. Sommigen waarschuwen om niet te veel over djinns te praten, omdat het kwaad daardoor dichterbij zou komen. “Praat er niet te veel over,” zegt iemand, “want dan kun je niet meer slapen.” Anderen moedigen juist aan om kennis te delen, elkaar te steunen en bescherming te zoeken in gebed. Wat opvalt in al die verhalen, is niet alleen het mysterie van de djinn zelf, maar vooral de menselijke emotie eromheen. De angst voor het onverklaarbare, het zoeken naar houvast, het verlangen om geloof te verbinden aan bescherming. Of het nu een geest is, een slaapverlamming of een diepgewortelde angst – de ervaring is reëel voor wie haar beleeft. Misschien is dat de kern van het mysterie: dat het onverklaarbare niet altijd een verklaring nodig heeft om echt te zijn. Want ergens tussen geloof en wetenschap, tussen angst en overgave, leeft nog altijd de overtuiging dat er meer is dan wij kunnen zien. En wie ooit ’s nachts wakker lag met een druk op de borst, de adem stokkend in de keel, weet hoe dun die grens soms is tussen het zichtbare en het onzichtbare.
Heeft u ook een verhaal ?
Mail het ons of plaats het op de pagina "Paranormaal Meldpunt"



